Praktische uitgangspunten (principes) voor het creëren van partnerschap

(Andrew Turnell & Steve Edwards: Signs of Safety. A Solution and Safety Oriented Approach to Child Protection Casework. New York & London, 1999) (vertaling versie juni 2012)

 

  1. Respecteer de cliënten als mensen met wie samenwerken de moeite waard is
    Door bij het standpunt te blijven dat het gezin kan veranderen kunt u een gevoel van hoop en nieuwe kansen creëren. Wees zo onbevooroordeeld mogelijk jegens de leden van het gezin, en benader hen als mogelijke partners bij het scheppen van veiligheid. 
  2. Werk samen met de persoon, niet met de mishandeling/het misbruik
    Als hulpverlener kunt u met gezinsleden een relatie opbouwen zonder dat u op enigerlei wijze de mishandeling/het misbruik vergoelijkt. Luister naar het verhaal van de cliënt en reageer erop. Bied het gezin keuzes en de mogelijkheid om een inbreng te geven. Kom te weten wat ze willen. De hulpverlener moet openhartig en eerlijk zijn, vooral tijdens het onderzoek. Behandel cliënten als individuen. 
  3. Erken dat samenwerken mogelijk is, ook onder dwang
    Als hulpverlener zult u vrijwel altijd een zekere mate van dwang moeten gebruiken en vaak zult u ook juridische macht moeten gebruiken om aanhoudend gevaarlijke situaties te voorkomen, maar dit mag niet verhinderen dat u probeert om met ouders een samenwerkingsrelatie op te bouwen. Erken dat dwang en samenwerking naast elkaar kunnen bestaan, en gebruik de vaardigheden die dit bevorderen. 
  4. Erken dat elk gezin zijn signalen van veiligheid heeft
    Elk gezin heeft competenties en sterke punten. Het beschermt in elk geval soms, maar eerder het merendeel van de tijd, zijn kinderen. Zorg dat deze signalen van veiligheid zorgvuldige aandacht krijgen. 
  5. Blijf gericht op veiligheid
    Het werk in de kinderbescherming is altijd gericht op het toenemen van de veiligheid.Houd hieraan vast bij het denken over de rol van de instelling en de hulpverlener en over de specifieke details en activiteiten van een zaak.
  6. Kom te weten wat de cliënt wil
    Erken de belangen en verlangens van de cliënt. Gebruik de doelen van de cliënt bij het opstellen van een actieplan en bij het motiveren van de cliënt om te veranderen. Als de doelen van de cliënt en de instelling overeenkomen, breng deze dan samen. 
  7. Houdt altijd oog voor details
    Vraag altijd naar specifieke, gedetailleerde informatie, of u nu negatieve of positieve aspecten van de situatie onderzoekt. Oplossingen komen voort uit details, niet uit generalisaties.
  1. Richt u op kleine veranderingen
    Denk na over kleine veranderingen, bespreek ze en werk er naar toe. Raak niet gefrustreerd als grote doelen niet onmiddellijk bereikt worden. Richt u op kleine, haalbare doelen en wees erkentelijk bij het bereiken ervan. 
  2. Verwar de details van een zaak niet met een oordeel
    Schort een oordeel op tot dat  zoveel mogelijk informatie is verzameld. Verwar deze conclusies niet met de details van de casus. Bedenk dat anderen, met name het gezin, anders over de details zullen oordelen.
  3. Biedt keuzemogelijkheden aan
    Zorg dat u de cliënt niet van u vervreemdt door onnodige dwang uit te oefenen. Bied voor zo veel mogelijk aspecten van de casus keuzemogelijkheden aan. Hiermee betrekt u de gezinsleden in het proces en bevordert u dat ze meewerken. 
  4. Zie het gesprek als een gelegenheid om over verandering te spreken
    Zie het gesprek als de interventie, en erken dus dat de interactie tussen de hulpverlener en de cliënten het belangrijkste instrument voor verandering is.
  5. Beschouw de praktische uitgangspunten als een streven, en niet als een aanname
    Blijf er steeds naar streven om de praktische uitgangspunten toe te passen, maar wees bescheiden genoeg om te erkennen dat ook de meest ervaren hulpverlener zorgvuldig moet nadenken en handelen om ze te kunnen toepassen. Geef toe dat in de kinderbescherming niemand het altijd helemaal goed zal doen.